Nieuwsgierig, vindingrijk en thuis tussen de bomen. Een kennismaking met de orang-oetan.
De mens van het bos
De naam orang-oetan komt van de Maleise woorden voor ‘mens’ en ‘bos’. Deze mensapen leven in het wild op Borneo en Sumatra. De Borneose orang-oetan is een eigen soort, met de wetenschappelijke naam Pongo pygmaeus.
In Maleisisch Borneo komt hij voor in Sabah en Sarawak. Vooral laaglandbossen, waaronder moerasbossen, bieden voedsel en beschutting.
HOOG IN DE BOMEN
Een rustig ritme
Orang-oetans brengen veel tijd door met voedsel zoeken, eten en rusten. Fruit is belangrijk, aangevuld met onder meer bladeren, schors en insecten. Met hun lange armen bewegen ze behendig door de boomkruinen.
Voor de nacht bouwen ze meestal een nest van takken en bladeren. Ook overdag gebruiken ze soms een nest om te rusten.
LEREN KOST TIJD
Jaren bij moeder
Volwassen orang-oetans leven doorgaans vrij solitair, maar zijn niet zonder sociale contacten. De band tussen moeder en jong is bijzonder hecht. Jongen blijven jarenlang bij hun moeder en leren waar voedsel te vinden is en hoe ze door het bos kunnen reizen.
Omdat vrouwtjes maar met grote tussenpozen een jong krijgen, herstellen populaties langzaam van verlies.
Een leefgebied onder druk
De Borneose orang-oetan is ernstig bedreigd. Ontbossing en versnippering maken leefgebieden kleiner en isoleren populaties. Landbouwuitbreiding, houtkap en branden spelen daarbij een rol. Ook jacht, conflicten met mensen en illegale handel vormen bedreigingen.
Beschermen begint bij het bos
Behoud en herstel van leefgebied zijn essentieel. Verbindingen tussen bosgebieden helpen dieren zich te verplaatsen. Bescherming vraagt ook om samenwerking met lokale gemeenschappen en handhaving tegen illegale jacht en handel.
In Sabah vangt het Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre onder meer verweesde orang-oetans op en bereidt dieren waar mogelijk voor op een zelfstandig leven. Rehabilitatie is waardevol, maar kan het behoud van wild leefgebied niet vervangen.
Ontmoeten met respect
Houd afstand, voer dieren niet en raak ze niet aan. Volg altijd de regels van een opvangcentrum of park. Zo beperk je verstoring en het risico dat ziekten tussen mensen en mensapen worden overgedragen.